Interview

Trotse voorzitter

Trotse voorzitter

Trots, zelfkritisch, nieuwsgierig, vooruit kijkend, graag organiseren, ‘hoge boom’, realistisch, kwaliteitsbewust, altijd samenwerkend. Omdat ieder mens telt. Zo maar kenmerken van de voorzitter van de rvb, Margriet Schneider (62). Een monoloog:

“Dit jaar bestaat de Universiteit Utrecht 385 jaar Het is ooit begonnen met de pest in Utrecht. Dat zorgde ervoor dat er een faculteit geneeskunde werd opgericht. Als je nu ziet wat wij samen met de universiteit doen, maar ook met de Nieuwe Utrechtse School, met het Hubrecht Instituut, met het Centraal Militair Hospitaal, het ministerie van Defensie, met het Prinses Máxima Centrum, met de Universiteit Utrecht, met de TU Eindhoven en met Wageningen University, dan zie je: dit is de nieuwe tijd. Die multidisciplinaire aanpak is prachtig. Dat netwerk beantwoordt vragen van burgers van Utrecht, van patiënten en potentiele patiënten. Daar gaat het lustrum over. Op die manier staan we met ons gezicht helemaal naar de maatschappij. Dat wil ik voor het UMC Utrecht, dat wil de universiteit. Daar vinden we elkaar in. Zowel in het opleiden van nieuwe academici en verplegend en ander personeel, als in het beantwoorden en onderzoeken van allerlei vragen. Het belang van de universiteit is voor het UMC Utrecht heel groot. Wij denken dat wij voor de antwoorden op vragen over de toekomst van gezondheid en ziekte veel disciplines van de universiteit nodig hebben. Denk daarbij aan geesteswetenschappen. Een mens is ten slotte meer dan alleen maar een lichaam. Voor zaken als ‘hoe bereiken we mensen die laaggeletterd of van een andere afkomst zijn’, daar hebben we de hele sociale faculteit voor nodig. Als we dat met elkaar doen, krijgen we antwoorden op de grote vragen. We kunnen niet zonder die netwerkpartners, we hebben ze meer nodig dan ooit. Anders gaan we te veel navelstaren. Antwoorden krijg je door al die knappe koppen bij elkaar te brengen, maar vooral ook door te leren luisteren wat de grote vragen zijn. 

‘De rode draad in mijn werkende leven is verwondering en nieuwsgierigheid’

Ik ben een echte ‘bèta’ met ontzettend veel belangstelling voor mensen en dingen organiseren. Ik dacht: welk vak past daar nou bij? Ik had plezier in toneelspelen en dacht misschien moet ik wel de productie bij Joop van der Ende gaan doen, of een hotel gaan runnen. Maar ik wilde ook graag studeren, want ik wilde ook een mooie studententijd. Als ik combineerde: mensen, bèta, organiseren en een moeder die arts is, kwam ik op geneeskunde. Als arts heb je met mensen te maken waar je interactie mee hebt, je moet dingen organiseren, maar je moet ook een vak beheersen. Ik vind het ook leuk om met mijn handen bezig te zijn. Na mijn opleiding tot basisarts heb ik een jaar chirurgie gedaan. Ik vond dat mijn nieuwsgierigheid en verwondering en dingen willen uitzoeken meer bij de interne geneeskunde pasten dan bij de oplossingsgerichtheid van de chirurgie. Ik ben na dat jaar in opleiding gegaan tot internist. Ik was hard op weg om maag-, darm- en leverarts te worden toen de HIV-epidemie gaande was en het UMC Utrecht een afdeling infectieziekten ging opzetten. Twee jonge internisten vroegen mij of ik dat niet met hen samen wilde doen. Mijn nieuwsgierigheid en het gevoel van ‘dat is nog nooit gedaan en ontzettend spannend’, zorgden ervoor dat ik ja heb gezegd. Ik ben ook gepromoveerd op een HIV-onderwerp. De rode draad in mijn werkende leven is verwondering en nieuwsgierigheid. Dat was ook zo op de polikliniek en in de kliniek. Ik vroeg me steeds af waarom gaat dat hier zo? Waarom loopt dat niet goed? Waarom loopt dit wel goed? Ik ben mij dan ook gaan bezighouden met allerlei kwaliteitsverbeteringen in de zorg. In 2004 werd mij gevraagd om de vier IC’s  samen te voegen tot één IC. Ik heb eraan meegewerkt om de opleiding tot IC-arts en IC-verpleegkundige naar een hoger niveau te tillen. Dit heeft uiteindelijk geresulteerd in de nieuwe IC. Na zes jaar vond ik dat mijn werk gedaan was. Omdat de voorzitter van de divisie interne geneeskunde en dermatologie wegging, heb ik hem opgevolgd en was ik weer terug bij mijn ‘moedervak’, internist/infectioloog. Dat heb ik met ontzettend veel plezier gedaan.
Ik vond de profielschets voor voorzitter van de rvb die in 2015 werd gevraagd erg lijken op mijn CV. Ik heb wel getwijfeld of ik mijn fantastische baan zou inleveren voor de ‘sprong in het duister’. Ik heb besloten om toch te solliciteren en ben sinds 1 november 2015 voorzitter van de rvb.

Spijt heb ik niet dat ik voor de rvb heb gekozen. Ik kijk heel graag naar voren. Ik heb wel eens twijfels gehad. Vooral in het eerste jaar. Toen ik begon was er al heel snel heel veel negatieve publiciteit over het UMC Utrecht. Het UMC Utrecht begon enorm aan zichzelf te twijfelen. Als je dat op je derde dag over je heen krijgt, vraag je je wel af: kan ik dit? Vervolgens heb ik de vraag veranderd: niet langer kan ik dit?, maar ik heb gezegd je zit er nu, men heeft jou geschikt bevonden om deze rol te vervullen, dus je moet het gewoon naar eer en geweten gaan doen. Daarbij moet ik mij laten helpen door alle fantastische mensen die hier in huis zijn. En ook door mensen van buiten. We gaan het gewoon doen en als het niet goed genoeg is, is het voor dit huis beter dat iemand anders mijn rol overneemt. Als het wel lukt, heel fijn, goed voor het UMC Utrecht. Ik heb wel een aantal weken nodig gehad om dat zelfvertrouwen te krijgen. Niemand weet precies wat in zo’n situatie te doen, dus gewoon: gaan! 

Dat hoge bomen veel wind vangen gaat natuurlijk ook op voor mijn functie. Daar ga ik eigenlijk vrij gemakkelijk mee om. Ik denk altijd ‘de hoge boom’ is de voorzitter van rvb. Het is een functie. Natuurlijk heeft de persoon Margriet Schneider daar last van. Iedere dag ga ik naar bed en vraag ik mezelf af wat heb ik goed gedaan en wat kan beter? Iedere ochtend sta ik op met de gedachte: waar ga ik vandaag mijn best voor doen? Dat ik ook kritiek krijg, hoort vaak gewoon bij de functie. It’s all in the game. Voor je aan die functie begint, realiseer je je dat niet zo. Wat heel belangrijk is, is dat je heel goed blijft luisteren, je maakt natuurlijk ook als persoon fouten en daar moet je wel op acteren. Je krijgt ook veel verwijten waar je helemaal niets aan kunt doen. Zaken waarvan je niet eens weet waar het over gaat. Maar mensen moeten wel ergens heen kunnen met hun probleem. Dus dat probeer ik dan in goede banen te leiden. Je mag trots zijn op dingen die fantastisch zijn, maar je moet ook open en eerlijk zijn over dingen die beter moeten. Je werk is niet iedere dag en op ieder moment een groot feest. Uiteindelijk ben je er wel zelf voor verantwoordelijk dat je de ‘parels’ er uithaalt: aandacht besteedt aan mensen en er een mooie functie van maakt. Daar horen ook hele moeilijke dingen bij. In alle eerlijkheid alle 12.000 mensen die hier werken, ervaren dat ook iedere dag in hun werk. Iedereen heeft zijn eigen sores in een baan. In mijn baan gaat dat precies zo. Het gaat misschien over andere onderwerpen met grotere consequenties, maar het effect is hetzelfde. 

'Dat zijn de krenten in de pap'

Er wordt wel eens gezegd: het UMC Utrecht is een olietanker. Rechtdoor gaat prima, maar linksaf of rechtsaf is lastig. Het wordt ook wel bureaucratisch genoemd. Ik zie dat toch anders, als positief. De kracht van zo’n groot instituut, de grootste werkgever van de provincie Utrecht, één van de beste umc’s in Nederland, is die olietanker. Die zorgt voor gezonde weerstand tegen allerlei nieuwe ideeën van weer een nieuwe manager. Er is een enorme ruggengraat in dit huis. De mensen die er werken bouwen op elkaar. Bureaucratie is het cement van een rechtvaardig systeem. Het voorkomt willekeur. Als jij het olifantenpaadje naar de rvb weet, weet je dat je altijd je zin krijgt. Dat was misschien in het verleden wel eens, maar wij willen dat koste wat het kost voorkomen. Het zou betekenen dat anderen die heel goed zijn, maar het netjes spelen, niet aan bod komen. Dan zou het een kakofonie van willekeur worden. Ik vind het dus de kracht van ons huis, maar je moet natuurlijk waken voor te. Als je echt de ‘nieuwe tijd’ in wil, moet je er wel rekening mee houden en er alert op zijn dat je voldoende wendbaar en snel bent en blijft. Ik ben waanzinnig trots op zaken die we samen neergezet hebben. Hierdoor hebben we systemen versneld, hebben we de hele bedrijfsvoering gemoderniseerd, maken we gebruik van de kracht van de nieuwe strategie die een helder doel en duidelijke kaders biedt. We zijn veel wendbaarder en flexibeler geworden. Je hebt daarbij de weerstand van het huis nodig om niet te veel gekkigheid uit te halen. Ik zie, ook bijvoorbeeld bij de langetermijnvisie op zorg, hoe enthousiast mensen meedenken. En zin hebben om samen aan de toekomst te beginnen. Dat zijn voor mij echt de krenten in de pap.

Voorzitters van de raad van bestuur moeten niet langer dan acht tot tien jaar op die positie te zitten. Dan is het goed dat iemand anders het overneemt. Om mee richting te geven, de rug recht te houden. Voortgang er in te houden. Dan is het tijd dat er weer jong, ander bloed komt. Die zegt: dit was fantastisch, maar nu moeten we aandacht aan iets anders gaan geven. Dat is goed. Iemand die zegt Margriet was heel erg van, patiëntgerichtheid, ketens, multidisciplinariteit over grenzen kijkend, van grote rode draden door onderzoek, onderwijs en innovaties, van het samen doen, maar nu moeten we het andere accenten leggen.

'Wat heb ik nog meer te wensen?'

Het UMC Utrecht is een fantastische organisatie om te mogen werken. Hier is zoveel mogelijk. Als je wilt en zoekt en als je in je eigen invloedsfeer kijkt wat je allemaal kan bijdragen, dan kan er ongelofelijk veel. We hebben het al gehad over een gezonde mate van bureaucratie. Daar moet je mee om kunnen gaan, maar je moet je ook realiseren dat soms iemand anders in het huis voorgaat omdat daar een groter belang ligt. Vervolgens kijk je, er zijn nog zoveel meer dingen die ik mooi vind om te doen, dan ga ik dat doen. Of ik wacht even en er komt een moment dat het wel kan. Het kan allemaal. Ik vind het mijn opdracht om iedere dag fluitend naar mijn werk te gaan. Om te ontspannen lees ik, wandel ik en vind ik zeilen heerlijk. Als ik door het UMC Utrecht loop, vind ik het zo leuk dat de mensen met zoveel plezier en inzet werken. De laatste twee, drie jaar word ik steeds vaker persoonlijk aangesproken door mensen in mijn omgeving of via via, die mij vertellen hoe geweldig ze geholpen zijn in het UMC Utrecht. En dan bedoelen ze vooral de persoonlijke benadering, het stapje meer dat onze medewerkers voor patiënten of studenten zetten. Dan denk, dit is ons ziekenhuis. Een mooi voorbeeld kreeg ik van een vriend. Die had een oudere tante waarmee hij altijd naar het ziekenhuis kwam. Hij moest vlak voor het sluiten van de apotheek nog even medicijnen halen. Hij liet zijn tante in haar rolstoel even bij zo’n wachtplek bij de röntgen staan en rende naar de apotheek. Toen hij een klein half uurtje later bij haar terugkwam zat er een verpleegkundige op een stoeltje naast deze oude dame gezellig te praten. De verpleegkundige bleek op weg naar huis te zijn en had gedacht, ach die oude mevrouw staat daar helemaal alleen in haar rolstoel en heeft even een praatje met haar gemaakt. Deze toewijding is zo fantastisch. Wat heb ik nog meer te wensen?” 

Deze website maakt gebruik van cookies

Deze website maakt gebruik van cookies Deze website toont video’s van o.a. YouTube. Dergelijke partijen plaatsen cookies (third party cookies). Als u deze cookies niet wilt kunt u dat hier aangeven. Wij plaatsen zelf ook cookies om onze site te verbeteren.

Lees meer over het cookiebeleid

Akkoord Nee, liever niet